Redactie Nieuwsposter
|
Geplaatst: 10-02-2005 14:07 |
|
|
Nederlandse Diabetes Federatie praat voor haar beurt met richtlijn over diabetes
Afgelopen week heeft de Nederlandse Diabetes Federatie een richtlijn ‘Medicamenteuze (bloedglucoseverlagende) Behandeling van Diabetes Mellitus Type 2’ verspreid. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert huisartsen en internisten deze richtlijn niet toe te passen en de komst later dit jaar van de CBO-richtlijnen en de herziene NHG-Standaard af te wachten.
Afgelopen week ontvingen huisartsen en internisten een samenvatting op A5 formaat van een recent verschenen richtlijn ‘Medicamenteuze (bloedglucoseverlagende) Behandeling van Diabetes Mellitus Type 2’ van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF). In een begeleidende brief motiveert de NDF het uitbrengen van deze richtlijn met de mededeling dat een plaatsbepaling noodzakelijk is van recent op de markt verschenen geneesmiddelen en dat daarmee niet kan worden gewacht op de herziening van de NHG-Standaard. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft met verbazing kennis genomen van deze handelwijze van de NDF. Deze verbazing betreft niet alleen het moment van verspreiding, maar ook de inhoud van de richtlijn. Op beide aspecten zal hier kort worden ingegaan.
Het NHG is vooraf niet geïnformeerd over de inhoud en wijze van verspreiding van deze richtlijn. Wel was algemeen bekend dat enkele jaren geleden gewerkt is aan een Protocol Medicamenteuze Behandeling, en dat dit proces in 2002 is gestopt omdat de opstellers het niet eens konden worden over de plaats van de nieuw op de markt verschenen orale bloedglucoseverlagende middelen: de thiazolidinedionen en meglitiniden.
Inmiddels wordt sinds vorig jaar volop gewerkt aan zowel de revisie van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (1999) als de NDF/CBO-richtlijnen (1998). Beide soorten richtlijnen worden in goed overleg en in samenhang met elkaar ontwikkeld. Dit proces wordt begeleid door een stuurgroep waarin ook de NDF participeert. Ook deze stuurgroep is niet betrokken bij de opstelling en het uitbrengen van de NDF-richtlijn. Het NHG betreurt ten zeerste dat de NDF dit multidisciplinaire samenwerkingsproject doorkruist door op dit moment een eigen richtlijn uit te brengen. Het NHG beschouwt dit als een ongewenste beïnvloeding van een zorgvuldig en transparant proces van richtlijnontwikkeling.
Daarnaast heeft het NHG ernstige kritiek op de richtlijn zelf. Deze kritiek betreft diverse aspecten van de richtlijn, maar vooral de kwaliteit van de onderbouwing op basis waarvan bepaalde keuzes worden gemaakt. Het voert te ver om op deze plaats de richtlijn uitgebreid te becommentariëren. Onder aan dit bericht volgt een selectie van de belangrijkste kritiekpunten.
Concluderend is het NHG van mening dat de NDF onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verspreiding van deze richtlijn op dit moment noodzakelijk was. Bovendien doorkruist de NDF een multidisciplinair samenwerkingsproces waarin de Federatie zelf participeert. Tot slot vinden wij de richtlijn van onvoldoende kwaliteit. Daarom adviseren wij huisartsen en internisten deze richtlijn niet toe te passen en de komst later dit jaar van de CBO-richtlijnen en de herziene NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 af te wachten.
Kritiekpunten van het NHG t.a.v. de NDF-richtlijn:- In het algemeen voldoet deze richtlijn qua verslaglegging niet aan de (minimale) eisen die gesteld mogen worden aan een evidence based richtlijn;
- De tekst is opgesteld door ‘leden van de NDF’, maar namen en functies ontbreken zodat de mate van onafhankelijkheid niet kan worden beoordeeld;
- De tekst is vóór publicatie niet voorgelegd aan belanghebbende partijen buiten de NDF, zoals bijvoorbeeld het NHG en de Nederlandsche Internisten Vereeniging (NIV); een externe commentaarronde is een essentieel onderdeel van het kwaliteitsproces van iedere richtlijnontwikkeling en van groot belang voor de implementatie in de dagelijkse praktijk;
- Informatie over beoordeling en weging van de literatuur ontbreekt, evenals een beschrijving van de overwegingen die een rol hebben gespeeld bij het formuleren van de aanbevelingen;
- De thiazolidinedionen en meglitiniden krijgen een opvallend prominente plaats toebedeeld terwijl de aangehaalde literatuur dit niet lijkt te rechtvaardigen; zo ontbreken (nog) klinische trials en systematische reviews met ‘harde’ uitkomstmaten; voorts lijken deze middelen wat betreft ‘intermediaire’ uitkomstmaten het niet (veel) beter te doen dan de al langer op de markt zijnde middelen metformine en sulfonylureumderivaten; tenslotte zijn deze middelen nog maar relatief kort op de markt zodat de veiligheid op de lange termijn niet vast staat. Een en ander zou voldoende reden moeten zijn om tot nader order deze nieuwe middelen voorzichtiger te positioneren, zeker ook in het licht van het forse prijsverschil met de klassieke middelen.
|
|
|